Ze is van mening dat er veel foute informatie bestaat over sekswerken en de Rosse buurt in Amsterdam. Daarom voelt ze zich verplicht om mensen te informeren over haar werk: de voor veel mensen onbekende wereld achter rood verlichte ramen. Maar wel anoniem. Want haar ouders in Roemenië mogen niet weten van haar hoerenbestaan. Tegen hen heeft ze verteld dat ze werkt in een exclusieve bar. Onder de schuilnaam Felicia Anna wil de zevenentwintigjarige prostituee haar verhaal doen. Maar alleen als er geen foto’s worden gemaakt. Ze neemt haar vriend mee. De twee leerden elkaar kennen op de wallen. Achter een gesloten gordijn.

“Op de wallen zijn alleen maar cafés met harde muziek en veel mensen. Niet de beste plek voor een interview. Laten we het NRC Café doen,” mailt Felicia in de week voor het interview. We spreken af op dinsdagmiddag. Om vier uur.

In het NRC Café wordt geborreld. Mannen in pak bespreken zaken onder het genot van bier en rode wijn. Aan een grote leestafel bij het raam wordt door een handvol mensen gewerkt. We kiezen strategisch een tafel in een rustig gedeelte achterin. De spanning is voelbaar, terwijl we langslopende stelletjes nauwkeurig bestuderen. Ons contact met prostituees is tot dusver altijd beperkt gebleven tot een flauwe knipoog op een melige vrijdagavond. Hoe zou ze eruit zien? Zoals zoveel Oost-Europese prostituees op de wallen – grote borsten, slank figuur, niet al te groot? Er stapt een jong stel binnen. Ze kijken vragend en zoekend om zich heen. Vertwijfeld kijken we elkaar aan, maar besluiten toch een poging te wagen. Are you Felicia? Helaas. In plat Hollands: “Nee, we zoeken een tafeltje.” 16.10 uur. De telefoon gaat. “We hadden een afspraak. Waar zijn jullie?” Buiten zien we een vrouw bellen. Grote bontkraag, geflankeerd door man met zwarte pet. Hebbes.

“Ik had een normale baan in Roemenië. Ik werkte in een kleine supermarkt, waar ik tweehonderd tot tweehonderdvijftig euro per maand verdiende. Daarnaast ging ik naar school. Ik studeerde grafisch ontwerpen, maar die studie heb ik niet afgemaakt.” Felicia draagt haar lange bruine haar in een strakke paardenstaart. De donkere wenkbrauwen zijn getekend. In het getailleerde roze shirt komen haar volle borsten goed uit. De gesp van haar riem is beplakt met diamantjes en haar sneakers hebben een tijgerprint. Op het eerste oog zijn twee piercings zichtbaar. Een klein balletje door haar neus en een tongpiericing die zichtbaar is als ze praat. Het Oost-Europese accent klinkt onmiskenbaar door in haar Engels. Kalm vertelt ze hoe ze in de prostitutie terechtkwam. “Ik was helemaal klaar met het leven in Roemenië. Het is er uitzichtloos. Een vriendin die hier al werkte vroeg me of ik openstond voor sekswerken. Ik wilde meer in het leven. Geld verdienen vooral. Geld is de enige reden waarom ik dit werk nu doe.”

Vier jaar is ze nu werkzaam als prostituee. Vier of vijf dagen per week. “Soms ook zes, dat verschilt. De ene periode is beter dan de andere.” Met het dubbelleven dat ze leidt, kan ze goed omgaan. “Mijn werk is mijn werk. Dat scheid ik van mijn eigen leven. Zo doen alle meisjes dat. Ik kook, ga winkelen en maak het huis schoon. Af en toe gaan we uit. Sekswerken kun je vergelijken met een normale baan. Soms heb ik zin om te gaan. Soms helemaal niet. Iedereen denkt dat ik continu seks moet hebben, maar dat is een misverstand. Er zijn heel veel mannen die gewoon aandacht willen hebben. Eens in de maand komt er een Engelsman. We praten dan een uur of vier. Hij houdt zijn kleren aan en we zitten op de rand van het bed. Ik heb nog nooit seks met hem gehad. Ik ben eigen baas en kan vrij nemen wanneer ik wil. Als ik geen zin heb, dan ga ik niet.”

“Ik zie om me heen hoe er over prostitutie wordt gedacht. Veel mensen denken dat we gedwongen worden.” Met haar blog wil Felicia een tegengeluid geven aan de volgens haar onjuiste berichtgeving. “Ik wil laten zien hoe het écht zit. Als je de krant leest, of televisie kijkt, zie je nooit iets goeds over de Walllen.” Is dat moeilijk te begrijpen? “Het beeld klopt niet. Natuurlijk zie ik ook de dronken toeristen voorbij komen, maar er gebeuren hier vooral heel veel goede dingen. Ik wil het imago veranderen. Het is legaal werk.” Haar vriend (schuilnaam Mark van der Beer), die zijn zinnen in perfect Engels uitspreekt: “Mensen als Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Renate van der Zee (feminist) willen gewoon niet luisteren. Ze hebben allemaal andere redenen om verkeerde feiten aan te dragen. Verandering is goed, zolang je het maar in samenspraak doet met de mensen die er werken en wonen. Dat gebeurt nu niet.”

Wat kan er verbeterd worden op de Wallen? Felicia gefrustreerd: “Weet je waarom er zoveel dronken mensen op straat zijn? Omdat de bars zo vroeg dichtgaan.” Mark: “Sinds prostitutie legaal is, is een derde van de ramen gesloten. Meisjes willen werken, maar er is geen plek meer voor ze. Waar gaan ze dan heen? Juist het underground circuit in. Er wordt gevochten om ramen.” Ieder meisje dat wil werken moet een raam kunnen krijgen? Felicia: “Dat vind ik wel, ja. Het is hun eigen keuze. Een ander probleem is drugsdealers. Waarom pakken ze die niet harder aan? Ik werk hier nu vier jaar. Ik weet precies wie er drugs dealen. Hoe kan het dat de politie ze niet kent? En dan die grote groepen toeristen. Ze zijn soms met honderd tegelijk. Sommigen staren je echt aan. Dank denk ik: wat kijk je nou, man? Ik ben gewoon een vrouw. Ik ben niet raar.”

Zou je andere Roemeense meisjes adviseren om op de Wallen te gaan werken? “Iedereen moet die keuze zelf maken. Als een Roemeens meisje me belt en ze wil mijn hulp, dan help ik haar. Maar je moet wel sterk zijn om te overleven in deze wereld. Je krijg zoveel shit over je heen. Ik heb vaak gevochten met mensen. Dat is onderdeel van dit werk.” Misschien is dat gegeven aanleiding voor verandering op de Wallen. “Nee. Ze willen iets veranderen, omdat meisjes volgens hen worden gedwongen.” Mensenhandel noemt de gemeente Amsterdam het. “Maar dat is niet waar. Ik zie de burgemeester hier nooit rondlopen. Als hij echt zo begaan is met ons, waarom komt hij dan nooit hier om met ons te praten?”

Heb je een droom? “Een droom?” Felicia denkt lang na. “Iedereen heeft een droom. Als ik klaar ben met dit werk wil ik een normaal leven.” Het leven dat je nu leidt is niet normaal? “Dat ga je vanzelf geloven als je dit werk doet. Mensen veroordelen je. Ik kan niet eens een appartement huren. We worden gediscrimineerd. Ik wil een groot huis en een gelukkig gezin met kinderen. In Spanje, dichtbij Ibiza. Of anders in Italië.” Heb je genoeg geld gespaard om die droom te verwezenlijken? “Nog niet. Ik ben druk bezig. Ik spaar vijf, zes, misschien zeven duizend euro per maand. En soms nog wel meer. Maar vrienden die hier werkten rond 2008 spaarden vijftig- tot zestigduizend euro per maand. Vroeger was het beter.”

“Van het geld dat ik verdien, stuur ik vijfhonderd euro per maand naar mijn familie in Roemenië. Soms meer.” Ga je hen ooit vertellen waarmee je dit geld hebt verdiend? “Ik weet het niet. Misschien begrijpen mijn vrienden en familie het wel, maar er zullen altijd mensen zijn die hen op mijn werk veroordelen. Dat wil ik hun niet aandoen.” En aan je toekomstige kinderen? “Nee. Als ik klaar ben met dit werk dan start ik een nieuw leven. Al mijn vrienden in de industrie doen het op deze manier. Maar stoppen is een serieus probleem voor veel meisjes. Je stapt er niet zomaar uit als je iedere dag met veel geld thuis komt.” En jij? “Over drie jaar stop ik.” Nooit meer werken. “Ik ben niet de persoon om stil te gaan zitten. Ik wil een eigen bedrijf. Een winkel of een schoonheidssalon. Misschien wel een club.”

Door Job en Jordie. Voor jullie.
Meer lezen van ons? Neem een gratis abonnement.